www.pcolpa.nl
Menu

Encyclopedie

OSI-model.

Hieronder wordt in het kort het OSI-model uitgelegd.

De verzending van boodschappen op een netwerk is meer dan het versturen van de bits die alfanumrieke tekens representeren. Bij netwerkcommunicatie kunnen MS-DOS, Windows, Macintosh, mainframes en minicomputers betrokken zijn, die allemaal hun eigen standaard hebben voor communicatie en codering van data. Voeg daar nog aan toe dat de verschillende toepassingen binnen een platform er ook hun eigen methoden op na houden en u ziet dat zenden en ontvangen van zelfs eenvoudige data een behoorlijke onderneming is.
Om ervoor te zorgen dat data van de ene node (een apparaat dat op het netwerk is aangesloten) de andere bereiken (en wel compleet en zonder fouten) is een systeem nodig dat door alle netwerkcomponenten begrepen wordt. Eén van deze systemen is het OSI-model (Open System Interconnection), waarop veel PC-netwerken gebaseerd zijn.
Het zevenlaags OSI-model is geen verzameling hardware en software, maar een schema dat op allerlei manieren geïmplementeerd kan worden, zolang de implementatie maar de voorschriften van het OSI-model volgt. Dit model is gebaseerd op lagen: elke component van het netwerk bestaat op een bepaalde laag van het model en elke component kan alleen rechtstreeks communiceren met de laag die er direct boven of onder ligt. Elke laag biedt voorzieningen aan de erboven gelegen laagen maakt gebruik van de diensten van de eronder liggende laag.

OSI-model

7. Applicatielaag.

De applicatielaag of toepassingslaag is het enige deel van de communicatie dat de gebruiker kan zien. En dan nog hoeft de gebruiker niet te zien wat de toepassing doet, om een boodschap voor verzending via het netwerk voor te bereiden. De laag vertaalt de voor de mens leesbare boodschap in bits en voegt een kopje (header) toe dat de zender en ontvanger bevat.

6. Presentatielaag.

De presentatielaag zorgt ervoor dat de boodschap verzonden wordt in een taal die de ontvangende computer kan verwerken (meestal ASCII). Deze laag vertaalt de data indien nodig en comprimeert en versleutelt ze. De laag voegt een ander kopje toe dat de taal, de compressie- en versleutelmethode beschrijft.

5. Sessielaag.

De sessielaag opent de communicatie en heeft tot taak de communicatie tussen alle nodes van het netwerk in het gareel te houden. De sessielaag bepaalt het begin en het einde van de boodschap en bepaalt of deze half duplex (computers zenden en ontvangen om de beurt) of full duplex (computers zenden en ontvangen tegelijkertijd) wordt verzonden.

4. Transportlaag.

De transportlaag beschermt de verzonden data. Deze laag verdeelt de data in segmenten en berekent controle-totalen (checksums) waarmee later bepaald wordt of de data gecodeerd zijn. De transportlaag kan ook reservekopieën van de data maken. De transportheader bevat de checksum van elk segment en de locatie van dat segment binnen de gehele boodschap.

3. Netwerklaag.

De netwerklaag selecteert een route voor de boodschap. Deze laag plaatst data in pakketjes, telt deze en voegt een header toe waarin de volgorde van de pakketjes en het adres van de doel-computer opgenomen zijn.

2. Datalink-laag.

De datalink-laag of koppelingslaag houdt toezicht op de verzending. Deze laag bevestigt de checksum en adresseert en dupliceert de pakketjes. Deze laag houdt een kopie van elk pakket aan tot bevestigd is dat het pakket onbeschadigd zijn bestemming heeft bereikt.

1. Fysieke laag.

De fysieke laag past de pakketjes aan, aan het medium dat ze transporteert. De pakketjes worden bijvoorbeeld in analoge signalen vertaald als ze via de telefoonlijn worden verzonden. De fysieke laag plaatst de pakketjes op het medium.

Eventueel tussenliggende nodes berekenen en controleren de checksum van elk pakketje. Zo'n node kan de boodschap eventueel omleiden om verstopping te voorkomen.

Op de ontvangenstnode doorlopen pakketjes de omgekeerde route. De fysieke laag vertaalt de boodschap in bits. De datalink-laag berekent de checksum en bevestigt de ontvangst. De netwerklaag telt de binnengekomen pakketjes, voor de veiligheid en voor de administratie van het gehele proces. De transportlaag herberekent de checksum en plakt de segmenten aan elkaar. De sessielaag wacht tot alle delen van de boodschap ontvangen zijn en stuurt deze door naar de volgende laag. De presentatielaag pakt de boodschap uit en decodeert deze. De applicatielaag maakt van de bits leesbare tekens en stuurt de data door naar de juiste toepassing.

Nu is het zo, dat niet alle lagen doorlopen hoeven te worden. Maar indien er data aangeboden wordt aan een laag (bijv. laag 4), dan zal de ontvangende kant deze op dezelfde laag er weer uithalen (dus ook op laag 4). De bovenliggende lagen worden dan niet gebruikt.

Connection-based en connection-less.

Tussen de lagen 1 t/m 4 en de lagen 5 t/m 7 zit een belangrijke grens. Vanaf laag 5 en hoger wordt de data die verstuurd wordt niet meer volledig gecontroleerd en kan het voorkomen dat data niet (volledig) aankomt bij de ontvanger, zonder een foutcorrectie of foutmelding. Dit noemen we "connection-less". Indien de data wel (volledig) wordt gecontroleerd (lagen 1 t/m 4) noemen "connection-based".


Reclame
Scouting Impeesa Zoetermeer

Jumping-Fitness Vanessa
Vanessa